Hoe werkt het?

Wanneer en waar ?

Vrijdag 22 maart 2019, Universiteit Antwerpen

Dagindeling*

08.45 - 09.00u Aankomst

09.00 - 09.20u Openingswoord

09.20 - 09.40u Rules of procedure

09.40 - 11.30u Sessie 1

11.30 - 12.30u Middagpauze

12.30 - 14.00u Sessie 2

14.00 - 14.15u Pauze

14.15 - 15.15u Sessie 3

15.15 - 15.45u Slotceremonie

* onder voorbehoud


Introductie

Onze ScholierenMUN/ MiniMUN is een zeer interessante, intensieve, maar ook drukke dag. Alle deelnemers verzamelen in een aula en worden verwelkomd op de campus. We beginnen de dag met een korte presentatie over de Rules of Procedure (RoP, zie paragrafen hieronder), oftewel de regels die we gebruiken tijdens de simulatie. We proberen de juiste mix te vinden tussen realiteit, professionaliteit en haalbaarheid voor de deelnemende studenten. We geven ook nog wat tips mee betreffende onderhandelen en discussiëren om te gebruiken tijdens de simulatie. We sluiten de openingsceremonie af met een korte bespreking van de onderwerpen in de Europese Raad en de Verenigde Naties (algemene vergadering). Vervolgens gaan de studenten per vergadering naar een ander lokaal en start de simulatie.

De simulatie wordt geleid door één à twee moderatoren/ chairs, gemotiveerde leden van AntwerpMUN. Zij zullen het debat gaande houden, de discussie sturen, informatie verlenen, toekijken of de RoP nageleefd worden en waken over de kwaliteit van de simulatie.

Ongeveer om 11:30 gaan we met alle studenten eten in het studentenrestaurant Komida. We rekenen hier een uur tot anderhalf uur voor en gaan dan terug naar de lokalen om dat vergaderingen te hervatten.

Om 15:15 brengen we iedereen terug samen voor de slotceremonie. Hier vragen we voor feedback, bespreken we de resultaten van de vergaderingen en bekronen we de "beste delegaten".

De simulatie

Naargelang de vergadering waaraan de studenten meedoen verschillen er kleine regels en zullen de onderwerpen verschillend zijn, maar in essentie hebben ze hetzelfde doel: een resolutie maken.

Elke student vertegenwoordigt een land (soms twee studenten per land) in ofwel de Europese Raad ofwel de Verenigde Naties. Het doel is dat de hele vergadering samen tot een resolutie komt. We vertrekken daarbij uit een resolutie ingediend door de voorzitter van de vergadering (de moderatoren) met enkele ideeën of voorstellen. Dit geeft een basis waarover de studenten kunnen discussiëren, maar is niet limiterend. De leerlingen zijn vrij punten te verwijderen, aan te passen, toe te voegen of zelfs een volledig nieuwe resolutie aan te maken. Op het einde van de simulatie wordt er gestemd over de finale resolutie. Indien het quorum gehaald is (afhankelijk van het aantal deelnemers) wordt de resolutie aangenomen. Als er niet genoeg stemmen zijn wordt de resolutie verworpen, dit wil toch niet zeggen dat de vergadering gefaald is.

Tijdens de simulatie proberen we ieder land aan bod te laten komen. Ook wanneer leerlingen zelf geen initiatief nemen om te spreken kunnen de chairs vragen naar het standpunt van hun landen. We betrekken alle studenten zo goed mogelijk. Leerlingen die uit zichzelf heel veel engagement tonen, die er voluit voor gaan en die zich goed inleven in hun rol kunnen op het einde beloond worden met een best delegate award.

Rules of Procedure (RoP)


De voorzitter opent de vergadering door de ‘aanwezigheidslijst’ in alfabetische volgorde af te gaan. Landen die aanwezig zijn mogen tijdens de vergadering voor of tegen stemmen of kunnen zich onthouden.
Vervolgens houdt elk land een openingsspeech. Die is maximum 30 seconden lang en bevat het algemene standpunt van je land. Dat houdt in: een verwelkoming en een korte uiteenzetting over wat je land al heeft gedaan of ervaren rond het thema. De speech mag vaag zijn, er wordt niet verwacht dat je al begint te argumenteren.
Daarna wordt er een sprekerslijst opgesteld door de voorzitter. Hij vraagt wie er op de lijst wil en spreekt een spreektijd af. De landen die op de lijst willen, moeten daarvoor hun bordjes in de lucht steken. De sprekerslijst is dus belangrijk omdat die de basis vormt voor de debatten.

De inhoud gaat over de hele resolutie. Sta je op de sprekerslijst, dan krijg je opnieuw 30 seconden om je standpunt te verdedigen. Wanneer elk land op de lijst zijn 1 minuut heeft gekregen, wordt er gestemd. Wil je nog niet stemmen, dan moet je ervoor zorgen dat er voldoende landen op de lijst blijven staan.

Daarnaast bestaat er ook ‘het recht van antwoord’. Dit kan je enkel aanvragen als je je, als land, beledigd voelt. Het recht wordt toegewezen door de voorzitter, waarna er niet meer op kan worden gereageerd. Krijg je het recht toegewezen, dan mag je je maximum 1 minuut verdedigen.

Mocht je tijdens de debatten iets willen vragen, dan zijn er verschillende mogelijkheden.

  • Ben je ziek, wil je naar het toilet, kan je iets niet lezen... dan steek je je plakkaat omhoog en zeg je: “Punt van persoonlijk privilege”. 

  • Snap je iets niet over de inhoud van het debat, dan vraag je dat subtiel aan een van de medewerkers (chair). 

  • Snap je iets niet dat niets te maken heeft met de inhoud van het debat, dan steek je je plakkaat omhoog en zeg je “parlementaire vraag”. Vervolgens stel je je vraag.

Op weg naar een resolutie


Jullie krijgen ontwerpresoluties. Die pas je aan met je eigen ideeën om tot een compromis te komen. Je hebt twee sponsors nodig om het ontwerp in te dienen. Een sponsor wil dat de resolutie wordt besproken en moet voor stemmen. Vervolgens komt er een introductie door een van de sponsors, die maximum 2 minuten duurt. Uiteraard kan je ook op eigen initiatief een resolutie ontwerpen, je hoeft de voorgemaakte resoluties niet te volgen. 
Andere landen (of groepen van landen) kunnen een amendement indienen. Een amendement dient steeds de steun van 2 sponsoren te krijgen. Voor de stemming wordt er in een gemodereerd debat over deze amendementen onderhandeld. Er wordt verwacht dat degene die het amendement indient, ook vraagt voor gemodereerd debat (anders doet de voorzitter dit).



Uiteindelijk wordt er overgegaan tot de stemming. Deze gebeurt bij gewone meerderheid. Twee sprekers voor en twee sprekers tegen mogen voor aanname nog 1 minuut pleiten voor de stemming. Het stemmen gaat over alle ontwerpen en amendementen die op dat moment besproken worden. Elk land kan volgende standpunten innemen: akkoord, niet akkoord of onthouding. Je stemt door je bordje op te steken.



Taalgebruik


Onze simulatie voor leerlingen is volledig in het Nederlands. Er wordt verwacht dat je formele taal gebruikt. Je blijft vriendelijk en subtiel. Je spreekt nooit vanuit de ik-persoon, maar zegt steeds: ‘wij', 'de vertegenwoordigers van het Verenigd Koninkrijk, vinden...’, ‘de delegatie van België vindt...’, ‘De Bondsrepubliek Duitsland vindt...’. Het is dus de naam van jouw land dat je gebruikt. In geen geval val je een vertegenwoordiger persoonlijk aan en je spreekt pas als je het woord krijgt.
 De chairs zullen ook letten op het gebruik van "ik" en houden een oogje op de tijd die je hebt om te spreken.

Een laatste tip: wees niet onzeker, maar probeer je vooral in je land in te leven en hierover te spreken. Het belangrijkste is dat je de positie van je land vertegenwoordigt.